René van Geneijgen, trainer:

"Je komt bij elkaar voor een training. Je gaat aan de slag en dan ontstaat er binnen de kortste keren een gemeenschappelijk gevoel. Als je daar goed op inspeelt dan heb je een training waar de stukken vanaf vliegen!"

Terug in de tijd

Jaren '60 en '70
Jaren '80
1993
1999
1999-nu

De historie van PTC+ begint kort na de Tweede Wereldoorlog (1940-1945), wanneer de Nederlandse overheid maatregelen neemt om de voedselproductie voor de eigen bevolking veilig te kunnen stellen. Onder leiding van minister Sicco Mansholt (1908-1995) van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening wordt besloten agrarische praktijkcentra op te richten.

Het doel van deze centra is het theoretische onderwijs van de lagere en middelbare agrarische scholen te ondersteunen met praktijktrainingen. De regering verwacht hiermee de mechanisatie van de landbouw en de intensivering van de veehouderij te kunnen versnellen. Met als doel de totale sectoropbrengsten in relatief korte tijd omhoog te schroeven, waardoor de autonome voedselvoorziening niet meer in gevaar hoeft te komen. Bijkomend voordeel is dat de structuur van praktijkcentra voordeliger is dan om elke school te voorzien van eigen voertuigen en installaties. Bovendien heeft de oprichting van praktijkcentra in o.a. Denemarken, Engeland en Zweden tot goede resultaten geleid. Zo gaan vanaf de jaren vijftig leerlingen van het agrarisch onderwijs één week per jaar naar een praktijkcentrum om daar praktijkkennis op te doen.

In de jaren '50 en '60 ontstaan er elf praktijkcentra:

  • Oenkerk (Friesland) - melkveehouderij
  • Almelo (Overijssel) - varkens/pluimvee
  • Barneveld (Gelderland) - varkens/pluimvee
  • Horst (Limburg) - varkens/pluimvee
  • Deurne (Noord-Brabant) - paardenhouderij
  • Schoondijke (Zeeland) - akkerbouw
  • Emmeloord (toenmalige Noord-Oost Polder) - akkerbouw
  • Ede (Gelderland) - tuinbouwtechniek
  • Ede (Gelderland) - landbouwtechniek
  • Horst (Limburg) - champignonteelt
  • Schaarsbergen (Gelderland) - bosbouw

Bijzonder aan de oprichting van de praktijkcentra is dat de verzuiling* geen rol speelt: de verschillende stromingen werken samen om de praktijkcentra zo goed mogelijk op te zetten. Ook de verschillende vakbonden slaan de handen inéén om de praktijkcentra tot een succes te maken.

Jaren '60 en '70

Na de wederopbouw, in de jaren '60 en '70 komen de praktijkcentra tot volle bloei. De scholingsgraad in Nederland neemt toe en van dreigende tekorten in de voedselproductie is geen sprake meer.

Veel praktijkcentra breiden de activiteiten uit, onder andere met het ondersteunen van praktijkonderzoek. Ook komen begin zeventiger jaren de eerste internationale studenten naar Nederland.

Studenten uit overwegend Afrika, het Verre Oosten en Midden-Amerika combineren hun opleiding bij onder andere de Hogeschool van Hall Larenstein in Deventer en het Internationaal Agrarisch Centrum in Wageningen met trainingen in de praktijkcentra. Zo start het praktijkcentrum in Barneveld in 1971 met open inschrijvingen voor internationale deelnemers.

Jaren '80

In de jaren tachtig komen de eerste veranderingen. Wanneer in 1983 voor het eerst melkquota's worden ingevoerd, beraadt ook de overkoepelende organisatie van praktijkcentra, de VPL, zich op haar positie. Dat leidt tot een dialoog met het Ministerie van Landbouw en Visserij, die de opmaat vormt naar de grootscheepse herstructurering van 1993.

Intussen neemt de belangstelling uit het buitenland flink toe. Zo start het praktijkcentrum in Oenkerk in 1987 met open inschrijvingen voor internationale studenten. Tegelijk verandert de naam in 'Dairy Training Centre Oenkerk.' De praktijkcentra in Ede fuseren en het praktijkcentrum Barneveld vormt zich om tot ‘Barneveld College.'

1993

In 1993 sluit het praktijkcentrum in Almelo haar deuren. Het praktijkcentrum Deurne kiest voor een andere opzet door te fuseren met het Agrarisch Opleidingscentrum (AOC) Helicon. De andere praktijkcentra gaan op in drie nieuwe, zelfstandige organisaties:

  • IPC Dier (Oenkerk, Barneveld, Horst)
  • IPC Plant (Emmeloord, Schoondijke, Ede, Horst)
  • IPC Groene Ruimte (Schaarsbergen)

IPC staat voor ‘Innovatie en Praktijkcentrum.' Hoewel drie organisaties deze naam dragen, functioneren ze volledig onafhankelijk van elkaar. Met de afsplitsing van praktijkcentrum Deurne wordt besloten de Paardenhouderijcentra in Barneveld en Oenkerk nadrukkelijker te ontwikkelen.

1999

De jaren negentig staan bol van de veranderingen. De sanering in de landbouw verloopt in hoog tempo. De overheid geeft aan dat ze op termijn vrije marktwerking wil invoeren in praktijkopleidingen en trainingen voor groen onderwijs. Hierop besluiten de directies van IPC Plant en IPC Dier de koppen bij elkaar te steken. Besloten wordt een fusie aan te gaan en gezamenlijk te anticiperen op de introductie van de vrije marktwerking. Dit o.a. door de markt te verbreden met maatwerktrainingen voor het bedrijfsleven en door te participeren in (internationale) onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten.

Met de fusie tussen IPC Plant en IPC Dier wordt de vestiging Schoondijke gesloten en het praktijkcentrum voor Champignonteelt in Horst volledig verzelfstandigd. De nieuwe organisatie telt de volgende vestigingen:

  • Ede
  • Barneveld
  • Horst
  • Emmeloord
  • Oentsjerk

Een nieuwe naam: PTC+

Voor de nieuwe organisatie wordt een nieuwe naam gezocht. 'IPC' met het daaraan gekoppelde ‘Innovatie en Praktijkcentrum', wordt niet geschikt geacht voor gebruik op de internationale markt. Uiteindelijk valt de keus op PTC, omdat deze naam zich eenvoudig laat vertalen in ‘Practical Training Center.'

Het markante plustekentje (+) wordt toegevoegd om de meerwaarde van elke training in de merknaam tot uitdrukking te brengen.

1999-nu

In de periode vanaf 1999 is PTC+ continu in beweging om steeds meer onderwijsinstellingen, bedrijven, organisaties en particulieren aan zich te binden. Vanzelfsprekend is de inzet, expertise en professionaliteit van de trainers daarbij cruciaal. Ook de faciliteiten zijn belangrijk, wordt in 2004 de locatie in Emmeloord gesloten en vervangen door een nieuwe en modern geoutilleerd trainingscomplex in Dronten.

Ook de vestiging Horst staat op het punt om volledig opnieuw te worden ingericht. Verder wordt er volop geïnvesteerd in hoogwaardige faciliteiten voor trainingen op het gebied van retail en communicatie. Zo beschikt de vestiging Ede over een multifunctioneel centrum waar complete winkelsimulaties te realiseren zijn. Deze locatie is tevens uitgerust met moderne faciliteiten voor bijvoorbeeld telefoon- en kassatrainingen en praktijkruimtes voor etalagetrainingen.

* De Nederlandse samenleving werd een groot deel van de 20e eeuw gekenmerkt door een sterke verzuiling. Daaronder verstaan we de opdeling van de maatschappij op grond van geloofsovertuiging en/of maatschappelijke opvattingen. Iedere stroming had daarbij eigen organisaties op alle terreinen van het maatschappelijk leven: politiek, vakvereniging, onderwijs, gezondheidszorg, media, jeugdbeweging en sport. De samenleving kende vier hoofdzuilen: de katholieke, de protestants-christelijke, de socialistische en de neutrale of liberale. Als kleinere, deels afzonderlijke zuilen, zijn nog te onderscheiden: de communistische, de vrijzinnig-protestantse en de orthodox-protestantse. Tussen de zuilen bestonden strikte scheidingen, maar op veel gebieden - en zeker op politiek terrein - was er sprake van samenwerking en overleg.